Verslag van de NAMAC–reis naar Engeland 5 tm 7 september 2014
De belangstelling voor de NAMAC-reis van dit jaar was erg groot. Na loting vertrokken 58 deelnemers op 5 september naar Engeland. Met de ferry van DFDS werd om 14.00 uur de overtocht vanuit Duinkerken naar Dover gemaakt. Die duurt twee uur en eenmaal in Dover aangekomen kon de klok een uur worden teruggezet. Dat kwam goed uit want de afstand vanaf Dover naar het hotel in Winchester is 224 km. Nadat iedereen was ingechequed, was het mogelijk met de bus mee te gaan naar het centrum van Winchester om ergens iets te gaan eten. Enkele deelnemers bleven in het hotel om te eten. In verband met het bereiken van het einde van de diensttijd van onze chauffeur Johnny moesten we om 21.45 uur terug zijn bij het hotel.
Op zaterdag stond een bezoek aan het International Autojumble in Beaulieu op het programma. Om 8.00 uur vertrokken we om eerst via de autosnelweg en later via binnenwegen, ons doel te bereiken. Vanwege de grote drukte kwamen we in een file te staan. Bezoekers moesten bij een rotonde rechtsaf en deelnemers rechtdoor rijden. Rechtsaf was geen optie omdat het verkeer muurvast zat. Johnny besloot rechtdoor te rijden en dat bleek een goede keuze te zijn. Over een smalle weg dwars over een heidegebied werden we geconfronteerd met los lopende paarden en koeien. De New Forest, de streek waarin Beaulieu ligt, is bekend om loslopende (wilde) paarden. Uiteindelijk bereikten we de ingang van het terrein waar het International Autojumble plaatsvond. Het was lastig een parkeerplek voor de bus te vinden. Zelfs parkeerbegeleiders wisten nauwelijks raad. In de bus waren de toegangskaarten al uitgedeeld en al snel had men de weg naar het park gevonden. Op het voorste deel van het terrein stonden vele auto’s te pronken. Verder op het terrein waren honderden kramen en uitstalmogelijkheden met oude en nieuwe auto-onderdelen te vinden. Er tussen trokken de kramen met modelauto’s natuurlijk de aandacht. Het National Motor Museum is alleszins de moeite waard voor een bezoek. Op enkele plekken staan de auto’s wel dicht op elkaar. Dat is voor het maken van foto’s wel eens lastig. In een tent waren auto’s te zien die het team van Top Gear had gebruikt bij spectaculaire rally’s. Om 17.15 uur vertrokken we weer om in Winchester te gaan eten.
Op de laatste dag vertrokken we om 8.00 uur naar het Bentley museum in Halland. Een afstand van 145 km. Het museum ligt op een landgoed dat 700 jaar geleden behoorde aan de aartsbisschop van Canterbury. In één van de gebouwen staan de historische automobielen. Men zou verwachten er voornamelijk Bentley automobielen aan te treffen maar dat was een desillusie. Toch staat er een interessante collectie. Er was helaas niet genoeg tijd om een wandeling door het park te maken. Omdat de overtocht tijdens de teugreis om 14.00 uur was gereserveerd, vertrokken we bijtijds en arriveerden precies op tijd bij de Port of Dover. We konden vrij snel aan boord en na 2 uur varen bereikten we Duinkerken. Na een lange rit, waarin we in een file terecht kwamen, waren we om ca. 21.00 uur terug bij het vertrekpunt in Houten.
Volgend jaar viert de NAMAC het 50-jarig jubileum. In datzelfde jaar zou ik voor de tiende keer een reis kunnen organiseren, een lustrumreis dus met een speciaal tintje. Of die reis er komt, leest u in nummer 2 van AIM. Onze huisvervoerder heeft inmiddels de beschikking over een dubbeldeks touringcar zodat er dan maximaal 80 belangstellenden mee kunnen. Ik ben al weer aan het brainstormen.
Tom Brinkhuis
![]() |