De verzameling van Ab Gobets.
December 2009
Ik verzamel in principe kant en klare modellen van amerikaanse auto´s uit de periode 1945-1960. Dat verzamelen heeft een lange voorgeschiedenis.
Hoekje van de vitrine met 1:43 USA personenauto´s
Ik ben van bouwjaar 1939 en heb belangstelling voor auto´s gekregen toen een kennis van mijn moeder mij in 1948 meenam naar de eerste of één van de eerste na-oorlogse autotentoonstellingen in de RAI in Amsterdam. Dat weet ik nog zo precies, omdat ik daarna op school een plakboek ben gaan maken met autoplaatjes vanaf dat bouwjaar. Vooral amerikaanse auto´s trokken mijn aandacht, omdat daar zo verschrikkelijk veel van dat uitbundige chroom op zat in die sombere na-oorlogse tijd. Ik ben in 1950 begonnen met het verzamelen van autofolders in alle categorieën, wat ik tot 1965 heb volgehouden. Ik heb alles nog. Totdat het zoeken op internet gebruikelijk werd, vormden die folders een onmisbare informatiebron bij het modelbouwen.
Met "modelbouwen" begon ik zo´n beetje in dezelfde periode. De allereerste eigenbouw was een opleggertje van gefiguurzaagde plankjes en een asje met wieltjes van een gesneuvelde Dinky Toy. Om te koppelen aan de Dinky Toy Bedford nummer 411. Daarvan had ik na het verwijderen van de laadbak namelijk een koppelschotel op het chassis ontdekt. Daarna kartonnen bouwplaten en later de eerste plastic modellen die op de markt kwamen. Met tussenpozen van veel jaren (werk, militaire dienst, trouwen, kinderen krijgen, de bekende belemmeringen dus) heb ik tientallen auto´s, vliegtuigen en schepen in verschillende schalen en van uiteenlopende materialen gebouwd en weer weggedaan. In de kartonnen beginperiode hing een grote Bristol Britannia van Wilhelmshavener Modellbaubogen jarenlang aan het plafond van mijn jongenskamer en een model van het m.s. Oranje werd een tijdje tentoongesteld in de etalage van de winkel waar ik mijn bouwplaten kocht. Verder werd mijn kamer opgesierd met ondermeer een Renault 4, een Ford Consul en een caravan, allemaal van karton en op heel grote schaal. Niets is er uit die jaren overgebleven, zelfs geen fotootje.
En ook niet mijn Dinky Toys. Geen idee waar dié zijn gebleven. Enfin, met het verschijnen van de Dinky Collection, ik dacht in 1988, is het verzamelen van kant-en-klare modellen begonnen. Ik heb mijn eerste vitrine in elkaar geknutseld en ben die "nieuwe" Dinky´s gaan kopen. Ik heb toen alle doosjes bewaard, met in het achterhoofd dat van de oude Dinky´s de doosjes soms meer opbrengen dan de inhoud. Gezien de prijzen die de Dinky collection tegenwoordig op de beurzen doen, zal zelfs mijn kleinzoon hier in de toekomst niet rijk van worden.
Via een deeltijdbaantje van onze jongste zoon bij de (niet meer bestaande) zaak van Speelgoed Otten in Amsterdam, kwam ik met het echte verzamelen in aanraking. Toen ik de collectie van die zaak zag, heb ik voor mijn eigen bescherming gelijk grenzen afgebakend waarbinnen mijn verzameldrift moest blijven: naast het completeren van de Dinky collection alleen nog amerikanen van 1945 tot 1960. Ik ben hier nog wel een paar keer van afgedwaald, maar niet te vaak. Ik ontdekte toen ook de modelautobeurs in Raamsdonksveer, waar ik een aantal keren naar toe ben geweest. Zoals gebruikelijk gingen op een gegeven moment de kinderen de deur uit, dus kwam er weer ruimte en tijd voor modelbouwen. Ook weer hoofdzakelijk die amerikanen. Dat bouwen doe ik nog steeds en wel in de schaal 1:24 en/of 1:25 (hangt van de fabrikant af, je kunt het verschil niet zien) in plastic en resin en 1:43 in white metal en resin.
modelbouw: twee Chevrolets in 1:24. Nomad 1955 van AMT en Delivery 1951 resin van All American
modelbouw: vier keer resin in 1:43. Van links naar rechts Chevrolet BelAir 1953 van Record, Corvette 1953 van Provence Moulage, Ford Sportsman 1947 van CCC en Pontiac 1952 van Record
modelbouw: vier keer Western Models 1:43 in white metal. Van links naar rechts: Pontiac Bonneville 1957, De Soto Adventurer 1959, De Soto Firesweep 1957 en Chevrolet BelAir 1957Het bouwen gaat overigens met flinke tussenpozen. Omdat ik ook nog actief vliegtuigspotter ben en verder alle verbouwingen in ons oude huis als hobby beschouw, moet ik mijn tijd over meerdere projecten verdelen. Toch heb ik ooit de tijd gevonden om ook nog eens acht uur per dag een salaris te verdienen. Nadat ik nog een paar vitrine´s in elkaar had geknutseld, begon de Dinky collection dus gezelschap te krijgen van andere 1:43 modellen. Uiteraard amerikanen en toen ik na onze verhuizing naar het verre noord-oosten van Nederland nog wat meer ruimte kreeg, ook de 1:18 modellen van die dikke amerikanen. Maar de 1:18 vitrine staat ook weer bijna vol. Zijsprongen naar andere categorieën heb ik dus wel gemaakt. Ik heb bij voorbeeld twee vijf-assers in white metal 1:50 gebouwd, een Terberg en een Ginaf.
modelbouw:de twee vijfassers
Heel erg lang geleden zag ik op weg naar mijn werk voor het eerst een dergelijk voertuig rijden en ik dacht op het eerste gezicht dat het een trekker/oplegger combinatie was. Dat voertuig heeft zoveel indruk op me gemaakt dat ik er modellen van wilde bouwen. Ik heb speciaal een paar keer de bedrijfswagen RAI bezocht om detailfoto´s van die wegreuzen te maken. Die bouwkits heb ik in later jaren dus op de NAMAC beurzen gekocht. Verder omvat de verzameling nog wat vreemdelingen in ongeveer 1:43, waaronder een recente aankoop, de Magirus Deutz "Rundhauber" ladderwagen van Siku. Voor Magirus heb ik een zwak, omdat ik tijdens mijn folderverzamelperiode voor elkaar had gekregen dat zij mij automatisch alle nieuw verschijnende folders toezonden. In mijn oudste foldertje van dat merk (van importeur Motorkracht in Hoogeveen) prijkt een Rundhauber ladderwagen. Het Siku modelletje is vrijwel identiek aan die foto. Jeugdsentiment. Die luchtgekoelde diesels met hun mooie geluid en toen al een modulair te noemen bouwwijze (4, 6 of 8 cylinders door er een identiek stuk aan te bouwen) hebben ook veel indruk op me gemaakt.
De Magirus Rundhauber van Siku bij het foldertje uit 1950.Ik heb alle NAMAC ledenpasjes bewaard en daaruit kon ik opmaken dat ik rond 1994 lid ben geworden. Toen woonden we nog in Uithoorn en ging ik praktisch naar elke beurs. Sinds we in het verre noord-oosten van het land wonen, bezoek ik er een paar per jaar, vanwege de afstand. Overigens heb ik voor die verhuizing alle modellen in hun oorspronkelijke doosjes verpakt. Toen was ik toch wel blij dat ik die had bewaard. Eind 2009 bestaat de verzameling uit een kleine 200 amerikanen in 1:43 (personenauto´s, pick-ups, een paar Greyhound bussen en wat vrachtautootjes). Ook First Gear in 1:34 is niet aan mijn verzamelwoede ontsnapt. Enige tientallen van dat merk hebben een eigen plek. Ook een apart hoekje is gereserveerd voor de complete eerste serie nieuwe Dinky´s. Met uitzondering van de amerikanen uit die serie, die staan uiteraard in de "amerikanenvitrine". Dan een stuk of 50 van die kilozware 1:18 chroomjoekels. Waarvan mijn "jongste" aanwinst, de Hudson Hornet 1952 van Highway61 meteen ook één van de mooiste uit mijn collectie is.
de 1:18 Hudson Hornet 1952 van Highway61 in vol ornaat
De 1:18 reuzenDe cabriolet kan zowel open als dicht worden neergezet. Nu onderscheiden die Highway61 modellen zich toch wel van de andere en niet alleen door de prijs. De kwaliteit van de lak is uitstekend. De Studebaker Champion uit 1950 heeft een uittrekbare antenne en een met de achterwielen meedraaiende cardanas. Dit laatste ontdekte ik pas maanden na aanschaf, toen ik hem op mijn platte hand de vitrine in schoof en de cardanas voelde draaien. De eerdergenoemde Hudson wordt geleverd met een poetsdoekje. Ze hebben verder, net als overigens een aantal SunStar modellen, allemaal beklede interieurs en kofferbakken en in die kofferbak zit gereedschap. En dan uiteraard de eigenbouw modellen. Drie 1:25 truckmodellen zijn wegens hun formaat op een eigen plank in de grote vitrine bij de 1:18 personenauto´s ingehuisd. De overige zelfbouw staat in een eigen vitrine. Bij de zelfbouw kan ik nog vermelden dat in alle schalen van de "woody" modellen de panelen zijn ingelegd met echt hout en dat de stoelen in de 1:43 open cabrio´s met echt leer zijn bekleed. Als de 1:24 bouwmodellen van origine geen sturende voorwielen hebben, corrigeer ik dat hiaat meestal met messing onderdelen.
blik in de modelbouw vitrineDan heb ik nog een paar plankjes met originele maar bespeelde en niet overgeschilderde echte Dinky Toys. Ooit van een collega een plastic tasje vol overgenomen voor een zacht prijsje in toen nog heersende guldens. Daartussen staan ook een paar door mij gerestaureerde exemplaren. Die kreeg ik van een familielid in een dusdanig deplorabele staat (de autootjes, niet het familielid), dat de keuze was: vuilcontainer of restauratie met behulp van de onderdelen van MK modelcarparts. Dat vond ik een uitdaging. Ze zijn dus niks waard maar staan wel te glimmen in de vitrine.
de Dinky cornerOver originele Dinky´s gesproken. Ik was ergens begin ´90 actief op zoek naar een Dinky die ik lang geleden zelf had bezeten, de Guy gesloten Slumberland vrachtauto nummer 514. Ook al omdat mijn moeder er ooit miniatuur dekentjes en kussentjes voor had gemaakt als lading. Ik had ondermeer een advertentie in een periodiek van mijn werkgever laten plaatsen. Komt een collega met een licht bespeeld exemplaar in de originele doos op kantoor, laat hem zien en vertelt dat-ie hem op zolder had teruggevonden. Ik deed onmiddellijk een genereus bod maar hij wilde hem niet verkopen en ging hem zelf neerzetten. Het is me nooit duidelijk geworden om welke reden hij hem dan had meegebracht, maar ik droom er nog wel eens van als ik zwaar heb getafeld. En ik heb hem zelf nog steeds niet voor een schappelijke prijs kunnen vinden. Er is ook nog een plank vol originele oude plastic Norevs, overgebleven van de franse campingvakanties in de speeltijd van onze beide zonen en door hen aan mijn goede zorgen toevertrouwd. Overigens leuk neer te zetten omdat ook twee Berliet trekkers met autotransporter opleggers het speelkwartier hebben overleefd.

Omdat ik alle automodelachtige schenkingen in dank aanvaard, heb ik ook een aparte vitrineplank voor presentatiemodellen van bedrijfsauto´s in alle mogelijke schalen, ook al voldoen die op geen enkele manier aan mijn oorspronkelijke kriteria. Verder zwerven er nog wat geschonken automobilia rond in mijn hobbykamer, zoals een stenen asbak van een rijschool in de rudimentaire vorm van een auto en een stuk zeep, gegoten in de vorm van een Porsche 911 of een soortgelijk model, en nog wat van dat spul waar ik geen afscheid van kan nemen. Tot slot moet ik nog eens een miniatuur vitrinetje op de kop zien te tikken voor een hele reeks, inmiddels antieke, Wikings, die dateren uit de tijd dat ik een aantal verwoede pogingen heb gedaan om een treinbaan te voltooien, inmiddels zo´n 40 jaar geleden. Fleischmanns en Wikings liggen al heel erg lang in een kist te wachten op een onzekere toekomst. En onze eerste kleinzoon is in 2008 geboren, dus dat duurt nog wel even. Ik zal me voorlopig niet vervelen, want er liggen nog zeker 60 ongebouwde modellen in de kast die om aandacht vragen, terwijl ik laatst op de NAMAC beurs ook nog een resin carrosserie heb gekocht om met onderdelen van een andere bouwdoos een mooie amerikaanse woody stationcar te bouwen.
Ik weet dat daar diverse websites voor zijn, maar mocht iemand vragen op modelbouwgebied hebben, schroom dan niet om contact op te nemen op
aviation@gobets.nl.
Hoekje van de vitrine met 1:43 USA trucks en pickups