Onlangs kocht ik het boekje The Model Car Handbook uit 1979, ongeveer het jaar waarin ik begon in te zien dat ik 'autootjes verzamel'. De titel van het boekje intrigeert me, want waarom heb je een handboek nodig als je verzamelt wat je leuk vindt?
In de loop der jaren heb ik heel wat modelautocollecties bewonderd, sommige met een bepaald thema, andere nagenoeg 'compleet'. Op de beurs kijk ik vaak mijn ogen uit. Niet alleen vanwege wat er op de tafels staat, maar ook hoe er gehandeld wordt. En in de NAMAC-groep op Facebook lees ik over de aanwinsten van medeverzamelaars. Echt hartstikke leuk allemaal. Maar soms vraag ik me af waaróm iemand verzamelt zoals hij verzamelt.
How to Collect
Ik krijg de indruk dat ik heel anders verzamel dan anderen. Sommige verzamelaars streven compleetheid na, anderen bakenen hun collectie heel scherp af. Hoe pakken zij dat aan en wat is de gedachte daarachter? Deze vragen kwamen weer bij me op toen ik het genoemde boekje zat te lezen. Hoofdstuk 3 heet How to Collect en vertelt dat je eigenlijk eerst een schaal moet kiezen, daarna een periode van de originele auto's waarvan je modellen gaat verzamelen, en dan eventueel een bepaald merk of thema. En dán moet je nog voor aankoop van een model inschatten of het wel meer waard zou worden. Het lijkt wel werk...
Maar volgens mij is de maatstaf voor een collectie modelauto's 'leuk of niet leuk'. Is het leuk? Dan wil ik het hebben. Niet leuk? Dan laat ik het staan.
'Zó wil ik het'
Waarom moet je jezelf beperkingen opleggen? Als de financiën het toelaten - pijnlijk onderwerp, maar in mijn ogen de enige beperking - dan koop je toch wat je wilt? 'Ja, precies', zegt dan iemand die - heel anders dan ik - volgens strakke, zichzelf opgelegde regeltjes verzamelt. 'Ik verzamel zoals ík het wil.' En dan is de discussie natuurlijk al gesmoord. Ik heb nooit besloten dat ik modelauto's ging verzamelen, heel anders dus dan het uitgangspunt van het handboekje uit 1979. Het is zo gegroeid. Eerst speelde ik met 'Metsboksjes', later vond ik mezelf daar te groot voor. Vervolgens vond ik Models of Yesteryear en Corgi Toys leuk en stiekum reed ik daar ook nog weleens mee over het tapijt. Maar altijd gingen de modellen terug de doosjes in. Weer later kocht ik op vakantie tractoren en toebehoren van Britains, gewoon omdat die zo leuk zijn. Alles eraan kan bewegen en je kunt er vanalles op en aan hangen. Oók een vorm van spelen, eigenlijk. Zo zoetjes aan kocht ik steeds serieuzere modellen, toen ik een jaar of vijftien was, mijn eerste Brumm. Toen begon het wel op verzamelen te lijken, maar een plan? Nee. Een thema of zoiets ook niet.
(Ik) doe maar wat...
Ik heb op mijn hobbykamer ruim twintig vitrines, kasten en kastjes, plankjes en zelfs wijnkistjes op hun kant, waarin ik modellen heb uitgestald. Een chaos? 't Is maar hoe je het bekijkt. Je kunt het ook afwisselend noemen, bezoekers weten vooraf niet wat ze in de volgende vitrine gaan zien. De collectie groeit in alle richtingen. Leuk! Bij mij kom je niet 'alle varianten van de derde editie van de uitvoering van de tweede helft van 1969' of zoiets tegen. Streven naar volledigheid is mij vreemd. Ik hou ook geen lijstjes bij van modellen die ik 'nog moet hebben'. Lijstjes zijn obsessief, doen te veel denken aan boodschappen doen en dat ontbeert de emotie die bij een hobby hoort. Als ik iets leuks zie en ik heb er genoeg geld voor over, dan is de kans groot dat ik het koop. En modellen die ik echt leuk vind, hoef ik niet op een lijstje te zetten om ze te onthouden.
Ik doe dus maar wat, en ik denk dat dat goed is. Gooi die lijstjes weg, reken af met die obsessie. Als je een model vergeet, dan is ie niet leuk genoeg. Toch?
Als je wilt reageren - wat ik leuk zou vinden - moet je maar lid worden van de
NAMAC-groep op Facebook. Welkom alvast.
Paul Spek