Eerder geplaatst in Auto In Miniatuur nummer 5, 2011
Tekst en foto’s: John Tits
Daimler Benz liet in 1959 de ronde vormen achter zich. De nieuwe grote Mercedes W111 was behoorlijk strak gelijnd. In alles was zij trouwens stevig bij de tijd. Ze had zelfs minuscule staartvleugeltjes: ziedaar de Heckflosse.
Beschuldig Daimler Benz niet van wilde modegrillen. Andere autoproducenten hadden de staartvleugel ook als modieus element ontdekt, maar op een Mercedes waren ze volgens de fabrikant functioneel. Het waren geen vleugeltjes, maar ‘Peilstege’: markeringspunten als handige hulp bij het achteruit inparkeren. Tja, zo kun je het ook zien. In ieder geval misstonden ze de 220 SE en haar zusters niet. Deze Mercedes was een dijk van een auto. Ze was ruim, robuust en ver vooruit in passieve veiligheid.
Die eigenschappen kwamen helemaal terug in het model van Tekno, toen nog Deens. Je kon deze auto in 1961 ook wel in de winkel kopen, maar velen herinneren zich de stapels boterhammen met Leeuwenzegel-margarine die ze hebben verorberd om de 220 SE via spaarzegels te bemachtigen. Ook het witte exemplaar in deze test is zo’n botertrofee. De verstralers op de voorbumper zijn een eigenhandig toegevoegd element, in een jeugdige hang naar extra smoel. Met dit model is veel gespeeld. Het bewijst de kwaliteit van Tekno. Weliswaar kreeg ‘ie ooit een baksteen op de voorruit, maar het embleem bovenop de neus - altijd de zwakste schakel - is ongeschonden gebleven.
Tientallen jaren later, rond 1995, verscheen de 220 SE van Vitesse. In statig donkerrood staat hij fraai naast de oude Tekno. Natuurlijk is hij veel gedetailleerder. Kleurrijke details, chroomstrips en enkele afzonderlijke onderdelen maken deze Mercedes tot een begerenswaardige klassewagen in 1:43. Maar wordt de sobere Tekno daardoor ook de mindere? Zie hoe goed de lijnvoering van beide modellen getroffen is. Hier staan twee ware kanjers. Ze markeren elk een eigen modeltijdperk, met alles wat er toen al wel of nog niet was.
De Mercedes 220 SE werd een zeer populaire auto in haar klasse. Dat was dan wel de gegoede klasse, want in 1963 kostte zij 19.000 gulden, ongeveer drie keer zoveel als een Ford Taunus 12M TS. Toch hoefde je haar als normale sterveling niet te laten staan, als taxipassagier althans. Weliswaar reed je dan meestal in de W110, met kortere neus, ronde koplampen en een tamelijk trage dieselmotor, maar toch. Je voelde je groeien; je kreeg als het ware Heckflossevleugeltjes.
De Amsterdamse taxi van Vitesse, als variant met toegevoegde accessoires op haar 220 SE, geeft een goed beeld van de toenmalige kleur en fleur van onze hoofdstad. Die was geel met een oranje dak, en natuurlijk de zwart-witte blokband. De Amsterdamse humor en soms wat Amsterdams gemopper denk je er dan vanzelf bij. Dat een 220 het in 1:1 vrijwel nooit tot Amsterdamse taxi heeft geschopt, vergeven we Vitesse graag.
![]() |